Twee IJzertijdvindplaatsen langs de snelweg
What's in it
Een onderdeel van de grootschalige bouwactiviteiten ten westen van Utrecht bestaat uit de verlegging van de rijksweg A2. Vooruitlopend op deze verlegging heeft RAAP in 2000 op de plek van het toekomstige tracé een archeologisch booronderzoek uitgevoerd, waarbij meerdere vindplaatsen in kaart werden gebracht. Twee hiervan zijn onderzocht door medewerkers van Team Erfgoed gemeente Utrecht (projectcodes LR21 en LR27). Het proefonderzoek LR21 bestond uit het aanleggen van vijf sleuven, maar er werden geen grondsporen waargenomen. Wel werd er op een diepte van 80cm tot 1,1m onder maaiveld een kleilaag met zand, aardewerkscherven, botfragmenten en houtskoolspikkels aangetroffen. Dit is de laag die de RAAP-onderzoekers als vondstlaag hadden aangeduid. Op basis van het uitgevoerde proefonderzoek kan worden geconcludeerd, dat deze laag behoort tot crevasseafzettingen. De aardewerkscherven uit de kleilaag dateren uit de overgang van de Midden naar de Late IJzertijd en uit de Late IJzertijd. Kennelijk heeft de crevasse die verantwoordelijk is voor de depositie van dit materiaal, ergens op de stroomrug één of meerdere nederzettingen geheel of gedeeltelijk geërodeerd. Bij het …
Files and services
- DataCite REST API (JSON)api.datacite.orgOpen