Een aanvullend archeologisch inventariserend veldonderzoek (IVO) door middel van boringen ten behoeve van een windmolenpark in de gemeentes Montferland en Oude IJsselstreek (Gld.)
What's in it
Aan de basis van alle boringen wordt zeer tot uiterst grof zand aangetroffen. De top van dit grove zand ligt tussen 130 en 260 cm –mv. In dit zandpakket komen ook plantenresten voor. In boringen 4 – 12 gaat dit grove, siltarme zand via kleiig zand, zandige klei en/of sterk siltig zand over naar zwak en matig siltige klei. In boringen 5 en 6 komen zand-, leem- en grindlagen voor binnen de kleiige zanden en de zandige kleien. In boring 3 ligt zwak siltige klei direct op het grove zand. De basis van de zwak tot matig siltige klei ligt tusen 90 en 180 cm –mv. Er is geen duidelijke, meer humeuze, bouwvoor aanwezig. Tussen 40 en 150 `a 200 cm –mv bevindt zich een gley-zone, die wordt gekenmerkt door roestvlekken en ijzerconcreties. De boringen konden over het algemeen maar enkele decimeters in het grove zand worden doorgezet, omdat het sediment daarna uit de boor liep. De zanden aan de basis zijn sedimenten van de fluviatiele Formatie van Kreftenheye, welke zijn afgezet tijdens het Weichselien (115.000 – 10.000 jaar geleden). Het kleiige zand en de zandige kleien hierboven behoren tot de zogenaamde Laag van Wijchen, die ook tot de Formatie van Kreftenheye wordt …
Files and services
- DataCite REST API (JSON)api.datacite.orgOpen